In deze zaak speelde in hoofdzaak een drietal rechtsvragen. Hoe om te gaan met de legalisatie van een deels al geruime tijd bestaand terras. Welke drempel dient te worden toegepast in het kader van het normale maatschappelijk risico en is als gevolg van de planologische maatregel planologisch nadeel opgetreden.
De feitelijke situatie was dat een feitelijk bestaand terras met een oppervlakte van 70 m2 als gevolg van een planologische wijziging was vergroot naar een oppervlakte van 130 m2. De eigenaar had evenals zijn rechtsvoorganger toestemming van rijkswaterstaat om dit terras op de oever van de Maas te hebben. Planologische toestemming ontbrak (waarvan de eigenaar overigens geen weet had).
Ad. 1 Hoewel je op basis van de geldende jurisprudentie zou verwachten dat de deels legaliserende planologische maatregel niet tot planschade zou leiden, overweegt de Afdeling anders. Het terras dient als een geheel nieuwe ruimtelijke ontwikkeling gekwalificeerd te worden.
Ad. 2. Met betrekking tot de drempel in het kader van het nmr oordeelt de Afdeling dat de omvang van de schade alsmede de ingrijpendheid van de planologische wijziging aanleiding geven tot matiging van de drempel.
De Afdeling overweegt:
‘In de bijzondere omstandigheid dat het om een zeer ingrijpende planologische ontwikkeling gaat die tot een uitzonderlijk hoge schade heeft geleid, ziet de Afdeling in dit geval aanleiding, alle omstandigheden afwegende, het normaal maatschappelijk risico op 3% van de waarde van de woning vast te stellen.’
Mijns inziens past de uitspraak volstrekt niet in de lijn van haar eigen vaste jurisprudentie. Immers de omvang van de schade is volgens vaste jurisprudentie geen rechtvaardiging voor matiging van de drempel. Zie bijvoorbeeld AbRS 10 oktober 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3272 (Eindhoven). Ook de ingrijpendheid van de planologische maatregel, hoewel daar in casu mijns inziens geen sprake van is, kan geen aanleiding zijn voor matiging van drempel omdat de omvang van de schade reeds in de (mate van) waardevermindering is verdisconteerd, zoals dat ook geldt voor de afstand en omvang van de schade.
Ad. 3. Met betrekking tot de derde rechtsvraag geldt, dat de woningen van appellanten voor de planologische wijziging op tenminste vergelijkbare wijze binnen de invloedssfeer van de horecagelegenheid lagen en zelfs op kortere afstand van hun woning met een terras konden worden geconfronteerd. Aanvragers komt vóór en na de planologische wijziging voor wat betreft de aspecten geur, stof, geluid en gevaar uit een oogpunt van milieu dezelfde bescherming toe. De Afdeling overweegt:
“Zoals de rechtbank met juistheid heeft overwogen, zijn in het Activiteitenbesluit weliswaar geluidnormen opgenomen waar het eetcafé aan moet voldoen, maar voor het bepalen van de geluidniveaus moet het stemgeluid van personen op een onverwarmd en onoverdekt terrein, dat onderdeel is van het eetcafé maar geen binnenterrein is, buiten beschouwing worden gelaten. Datzelfde geldt voor het komen en gaan van bezoekers. Met de rechtbank is de Afdeling van oordeel dat het onjuist zou zijn deze extra hinder bij de maximale invulling van het nieuwe planologische regime niet te betrekken.”
Echter met betrekking tot het stemgeluid geldt dat ook onder het voorafgaande regime terrassen planologisch mogelijk waren buiten een binnenterrein waarvoor hetzelfde geldt.
Zie AbRS 22 januari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:214
Zie voor meer jurisprudentie de kennisbank planschade onder de trefwoorden: Normaal maatschappelijk risico, Hoogte drempel en Legalisering.
Ontvangt u onze gratis digitale nieuwsbrieven planschade nog niet ? U kunt zich hier aanmelden.